Het is al tijd lang crisis in krantenland. Het internet plukt de abonnees weg. De kredietcrisis werkt ook niet echt mee. Ontlezing. Help!
Volgens superinternetter Jeff Jarvis is het allemaal hun eigen schuld. “You blew it!” schreef hij. “Jullie hebben 20 jaar de tijd gehad sinds het internet, 15 jaar sinds de eerste browser en 10 jaar sinds Google en blogs om jullie aan te passen. En jullie hebben het goed verknald.” Tenminste, dat is mijn korte vertaalde samenvatting.
Amerikaanse kranten zijn boos op “parasiet” Google omdat de zoekmachine linkt naar hun webpagina’s en korte stukjes (met bronvermelding) overneemt. Lezers horen te betalen voor online nieuws, ook al doen ze dat nu niet. Alsof iemand betaalt voor wat hij of zij ook gratis kan krijgen – I don’t think so.
En ook in Nederland is van alles aan de hand. Je wist het misschien niet, maar ook hier mag je niet zomaar linken naar elke krantensite. Trouw bijvoorbeeld ziet “tot 50 keer” linken naar hun site als ‘incidenteel linken’. Daarna maak je het wel erg bont en moet je aan hun voorwaarden voldoen. De Volkskrant heeft soorgelijke kleine lettertjes inmiddels van de site afgehaald. Niks mis met links, meldt de bijsluiter nu. Terwijl Trouw in de 80ies leeft, begrijpt de NRC het wel. De site van nrc.next werd omgetoverd van een nieuwssite – waar je er genoeg van hebt op het internet – tot een goed werkend blog.
Nederland zou Nederland niet zijn als we niet overal over zouden debatteren. Op dezelfde dag dat Jeff Jarvis riep dat de geschreven pers het heeft verknald, werd er in Amsterdam gepraat over overheidssteun voor de pers. Een fonds dat de kranten moet helpen vernieuwen. Goed of slecht, daar zijn de meningen over verdeeld. Maar ook hier mag het gezegd worden: het is kranten in twintig jaar niet gelukt om goed in te spelen op het internet. En nu moet het dus met overheidsgeld gebeuren. De vraag of je hiermee een dood alleen pijnlijker en langzamer maakt komt wel naar boven.
Bericht vanuit het buitenland. Samen met vrienden Diederik van Zessen, Paul Stoel, Frans Pos en Andre Weststrate ben ik op het moment in Engeland. Net twee dagen Liverpool achter de rug, stad van natuurlijk The Beatles, mijn helden. Ik had gisteren dan ook mijn eerste religieuze ervaring OOIT toen ik de Cavern Club bezocht. De club waar de Fab Four ooit begon met optreden. The place where the magic started.
Na twee dagen verlieten wij Liverpool, en ruilden wij de stad van the Beatles in voor de stad van o.a. Oasis, The Smiths en Joy Division: Manchester. Ook niet de minste namen. Wat een land, wat een bands. Ik kan mijn lol in ieder geval niet op.
Morgen staat overigens een match van Bury FC op het programma. Een derde divisieploeg uit omgeving Manchester. Sikey!
Update: Het werd niet Bury FC, die speelden op zaterdag. Dus maar naar Manchester City. Wat eigenlijk vetter was natuurlijk!
(Wij in The Cavern v.l.n.r.: ik, Frans Pos, Paul Stoel, Diederik van Zessen en Andre Weststrate)
Een jongen en een meisje staan te zoenen bij de bus. Verliefd, dat lijkt me duidelijk. De jongen zegt gedag, het meisje gaat weg. Grote tas bij de hand, dikke jas aan. Leuke nacht achter de rug? Misschien.
Ik hou van je, zegt de jongen.
Ik ga je missen, antwoordt het meisje.
Daar komt de bus. De laatste dertig seconden dat dit blije stel vandaag bij elkaar is gaan van start. Nog een zoen dan maar. Ik vond het gezellig, wanneer zie ik je weer? Binnenkort. Ik hou van je. Ik ook van jou. Wat zit je haar leuk. Doe je jas dicht, je vat kou. En dat nog een stuk of dertig keer, voor mijn gevoel. Oh, wat zijn ze klef. Maargoed, moet kunnen. Wie ben ik om in te breken in deze prille liefde. Of misschien zijn ze al een jaar of vijf bij elkaar, geen idee. Dat ze blij met elkaar zijn lijkt me duidelijk.
De bus stopt, hun handen houden elkaar zo lang mogelijk vast terwijl ze uiteen lopen. Nog een laatste blik. Snel, nog één kus dan. Ik vond het leuk. Ik ook. Ik ga je missen. Hup, ga, de bus wacht. Doe de groeten aan je ouders. Ik ook van jou. Doei. Doeeeei. Doehoei. Hou van je.
Voor het raam zwaait het dove meisje nog een keer naar haar dove vriend. De rest van hun gebarentaal begreep ik ook wel.
De Sp!ts publiceerde, als een soort wedstrijd, twee brieven van Obama aan andere wereldleiders. Aan de studenten van de SvJ de opgave om een leuke brief namens Barack te schrijven. Ik haalde een gedeelde eerste plaats met een brief aan Tzipi Livni.
Joshua Livestro gaf gisteren in DWDD toe dat zijn nieuwe blog wat opstartkuurtjes heeft. De artikelen zijn te lang. Maar een gat in de markt, dat is het wel, vindt Livestro. In Nederland hebben we namelijk geen blogs met grote politieke invloed. De Dagelijkse Standaard kan ook wat ze in Amerika doen. Daar hebben ze wel blogs die invloed hebben.
Ik was enthousiast na het kijken van de uitzending. Nederland, of misschien Europa, zou inderdaad best wat nieuwe goeie blogs kunnen gebruiken. Nadat ik de site bekeek werd mij duidelijk dat De Dagelijkse Standaard geen frisse wind is maar gewoon ontzettend onorigineel.
DDS is saai, tot nu weten ze niet te boeien en ze gebruiken geen plaatjes omdat hun grote voorbeelden dat ook niet doen. Ze kijken af bij hun grote Amerikaanse vrienden, schrijven dan ook vooral over Amerika en vergeten dat 1: dit een ander land is, 2: onoriginaliteit zelden een succesformule is. Het simplisme heeft geen meerwaarde, maar lijkt het gevolg van hoogmoed. “Welke intellectueel heeft iets anders nodig dan de pen?”
Daarnaast lijkt de meerderheid van de schrijvers niet te weten hoe ze internet moeten gebruiken. De posts zijn te lang en het oogt gewoon niet lekker. Ik mis een focus op de website, of op zijn minst een stijl. Het lijkt nu vooral een grote bak vol met losse stukjes.
Dit slappe staaltje polder neo-con op het internet was het niet waard om 10 minuten zendtijd aan te besteden. Vernieuw of sterf af, dit had beter gekund. Blijf dichter bij ons eigen land, het is immers een .nl domein. Als je over de wereld wil schrijven, doe dat dan in het engels. Wees niet bang om iets anders te doen dan schrijven. En houdt het kort en bondig. Wij willen geprikkeld worden, en daar is niets vies aan.
Bijna hysterisch zullen er glazen tegen elkaar worden gebotst, grote ogen wensen elkaar een gelukkig Nieuwjaar terwijl wij elkaar zoenen en knuffelen. Het was nog even spannend, maar het is ons weer gelukt. Goed gedaan.
Weer een jaar doorstaan, het klinkt mij wat pessimistisch in de oren. En ook wanneer je er van uit gaat dat we met de jaarwisseling niet het vorige jaar uitzwaaien, maar het aankomende jaar verwelkomen, denk ik aan het vorige jaar wat dan achter blijft in de kou. Mensen kunnen de beste vrienden worden in een paar weken, 2008 was een vol jaar deel van ons leven. Een condoleance lijkt wellicht meer op zijn plaats.
Daar is echter geen reden voor volgens de aloude traditie, we herdenken namelijk vooral de slechte dingen van het jaar dat wij de rug toekeren, als een kapotte auto, een foute ex waaraan je liever niet herinnerd wordt. De goede voornemens lijken een bevestiging van alle dingen die zijn mislukt dit jaar. Dit jaar stoppen we wèl met roken, gaan we niet vreemd en stoppen we compleet met de alcohol. Het klinkt wellicht wat conservatief, een beetje CDA-erig, maar kunnen we niet kijken naar de dingen die we zo willen houden. 2008 gaf ons toch ook vreugde, plezier en Rambo 4?
Nee, 2008. Op mij kun je rekenen. In mijn plakboeken staan jij en ik samen vereeuwigd. De halve wereld gingen wij samen over, samen werden we dronken en jij wist het wanneer ik gewoon een avondje alleen wilde zijn. Ik zal je niet vergeten. Echt waar.
Tijdens de verkiezingsnacht deed ik meer dan alleen ronddwalen door een feestende massa voor het Witte Huis en bier drinken op kosten van de NOS in de studio daar. Voordat bekend werd dat Obama uit werd geroepen tot president van de VS, heb ik aan de telefoon gehangen met V-Radio, en heb ik een kleine voorspelling gedaan: Virginia zou ondanks de polls van dat moment naar Obama gaan.
Thomas bij V-Radio
En wat bleek later? Jaja, ik lul niet altijd onzin.
Inmiddels weer terug in Nederland met een aardige jetlag. Excuses voor het uitblijven van updates vanuit New York, maar het hotel waarin ik zat had geen internet. Om het goed te maken hier wat kiekjes van een regenachtig maar karakteristiek New York City.